Wie worden er aansprakelijk gesteld?

Een veel voorkomend misverstand is dat bestuurders van een rechtspersoon denken dat zij niet aansprakelijk kunnen worden gesteld omdat ze niet de persoon zijn die verantwoordelijk is voor het reilen en zeilen van de rechtspersoon (bijvoorbeeld de BV). De gedachtegang en de redenatie hierachter is logisch en verklaarbaar. Je kunt immers iemand die niet verantwoordelijk is voor de ontstane situatie, er toch voor verantwoordelijk stellen. Dat is niet zo. De ontvanger zal een ieder aansprakelijk stellen waarvan hij/zij denkt dat een deel of het geheel van de schuld op hem/haar kan worden verhaald. Van belang voor de ontvanger is of er tijdig wordt gemeld (daarover later meer). De schuldvraag speelt geen doorslaggevende rol. De formele, feitelijke en gewezen bestuurders kunnen aansprakelijk worden gesteld. De formele bestuurder kan aan de hand van de inschrijving bij de Kamer van Koophandel vast worden gesteld en door het raadplegen van de statuten. De feitelijke bestuurder is de bestuurder die misschien niet in de Kamer van Koophandel staat, maar die het bedrijf (mede) bestuurt. Dus ook als een beperkte taak is, kan de conclusie getrokken worden dat sprake is van een feitelijke bestuurder of mede beleidsbepaler. Ook een gewezen bestuurder kan aansprakelijk worden gesteld voor de periode waarin hij/zij feitelijk en/of formeel bestuurder is geweest en gedurende welke periode de schulden zijn ontstaan. Voor de gewezen bestuurder is het vaak een onaangename verrassing uit een periode die hij dacht afgesloten te hebben. Gewezen bestuurders denken vaak dat zij door de decharge in de Algemene vergadering van Aandeelhouders niet meer aansprakelijk kunnen worden gesteld voor schulden. Dit werkt alleen intern en niet richting de belastingdienst.

Omdat het gaat om vaak forse bedragen en het met veel moeite opgebouwde vermogen in privé deels of geheel verloren gaat, wordt dit als zeer onrechtvaardig ervaren. Helaas is door de manier waarop de bestuurdersaansprakelijkheid vorm is gegeven het niet of nauwelijks mogelijk om dit te voorkomen. Het is zelfs vaak zo dat juist de redenen die worden aangevoerd om aan te tonen dat men er als bestuurder niets aan kon doen, de reden zijn die leiden tot de aansprakelijkheid. De ontvanger heeft een zekere ruimte om een bestuurder waarvan hij/zij overtuigd is dat er geen sprake is van bestuurdersaansprakelijkheid te ontzien, ook al is er een grote kans van slagen om diegene aansprakelijk te stellen.

 

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *